‘Kijk, dit is haar schrift dat we gebruiken bij schrijfles. Dat ziet er niet uit. Dat zeggen we ook tegen haar: Je bent een keurig meisje, maar met je schoolwerk ben je een sloddervos.’ De leerkracht kijkt mij bezorgd aan. Ik weet dat mijn dochter heel graag naar school gaat en goed wil werken. Dat sommige dingen niet lukken begrijp ik inderdaad ook niet. Met een rotgevoel ga ik naar huis. Er klopt iets niet. De wil van mijn dochter staat haaks op het resultaat. Ik heb niet het idee dat de opmerkingen van de leerkracht helpen.

Bij het volgende 10 minuten gesprek is er niet veel verbetering. De leerkracht vertelt dat ze het idee heeft dat mijn kind niet goed kijkt, niet kritisch genoeg is: ‘Ze heeft moeite met rekenen, met taal, met schrijven en met woordenschat. Ze leest hakkelend en stotterend. We zeggen vaak tegen haar dat ze wel goed moet kijken, alles staat er gewoon.’ Het geeft mij weer een onbestemd gevoel. Ik zie ook dat er heel veel niet lukt, maar ik heb het idee dat er ergens iets blokkeert. Mijn gevoel vertelt me dat de leerkracht niet goed bezig is.

Een broodje Filet Americain zonder kuikentjes.

Dochterlief heeft inderdaad een bijzondere woordenschat. Een verkeerde kersttrui. Het televisieprogramma Opsporing Gemist. Het verzoek om de vensterbank wat hoger te zetten als het koud is. Een broodje Filet American zónder kuikentjes. Dat laatste vindt de ober op het terras ook bijzonder, merk ik. Ze bedoelt natuurlijk een foute kersttrui, Opsporing Verzocht, de verwarming hoger zetten en Filet Americain zonder uitjes. Na jaren zoeken kom ik erachter dat dit woordvindingsprobleem direct samenhangt met de leerproblemen.

Steeds vaker krijg ik telefoon van de leerkracht. Mijn dochter moet telkens opgehaald worden, er ontstaat bij haar hoofdpijn op school. In de klas haalt ze de cijfers door elkaar. De leerkracht denkt dat ze overvraagd wordt. Ik weet het niet. Ik weet namelijk ook wat ze wel kan, wat ze doorziet, hoe ze speelt. Ze is niet dom. Integendeel. Ze heeft heel lang problemen verborgen gehouden, daar is ze bijdehand genoeg voor. Ze weet precies wat ze wil en laat zich door niets tegenhouden.

Volgens de oogarts kan mijn dochter prima zien.

Ik ga met dochterlief naar de oogarts vanwege de hoofdpijn. Volgens de oogarts kan mijn dochter prima zien. Dat is overigens ook waar, ze kan prima zien. Haar ogen zijn niet slecht. Ze kan alleen niet goed kijken, maar dat ontdekken we pas veel later.

Om precies te zijn kom ik daar eind groep 7 achter. Helaas pas nadat ik een totaal onnodige en zeer bizarre route heb gevolgd om het probleem te ontdekken. Hierover vertel ik later meer. Uiteindelijk ontdekken we dus dat ze een zeer ernstige vorm van fixatie disparatie heeft. Haar ogen werken niet goed samen. Daarom loopt het niet op school. Daarom schrijft ze slordig, krijgt ze hoofdpijn en lijkt ze dyslectisch. We komen er ook achter dat ze daardoor de hoge ballen niet aan kan nemen bij voetbal. Dat ze afstand en ruimte niet goed in kan schatten en dus een gevaar is in het verkeer.

Door faalangst blokkeert het visuele systeem.

Het wordt ook duidelijk dat faalangst alles verergert. Door de enorme drive die ze heeft om dingen goed te doen, blokkeert het hele visuele systeem nog veel erger. De opmerkingen van de leerkracht hebben alleen maar averechts gewerkt. Hoe minder er lukt, hoe groter de faalangst wordt. Zo versterken de problemen elkaar. Onderschat dus nooit je moedergevoel. Maar dat hoor je vast vaker.

In principe is deze ‘diagnose’ goed nieuws. Met visuele oefeningen kun je dit kijken trainen, dus het probleem is te verhelpen. Geen blijvende diagnose, geen stoornis, niet dyslectisch. Gewoon trainen. Er is ook iets minder goed nieuws. Het trainen is een ontzettend heftig en intensief traject. Toch moeten we dit traject wel ingaan. Ze heeft de hulp nodig, kijken is voor haar topsport.

 

 

Categorieën: Blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *